Omgaan met kansarmoede in je vereniging

De eerste stap zetten naar jullie vereniging is voor heel wat ouders niet evident. Er zijn immers drempels die ook wel eens worden omschreven als de 5B's. Met volgende tips kan je alvast de toegankelijkheid van je vereniging vergroten.

 

  1. De BETAALBAARHEID:

    Lid worden van je vereniging kost geld. Denk maar aan het lidgeld, een sportuitrusting, drankjes in de kantine, vervoer, kaartjes voor de jaarlijkse eetdag van je vereniging, …

    Het is niet voor iedereen evident om dat zomaar te betalen.

    • Op onze website vind je alle info terug over mogelijke tegemoetkomingen die ouders met een beperkt inkomen kunnen krijgen. Informeer de ouders van je vereniging hierover.
    • Verzamel tweedehandsmaterialen zodat de sportuitrusting of het uniform betaalbaar blijft. Werk hiervoor eventueel samen met Sint-Vincentius.
    • Voor sommige gezinnen blijft het ondanks deze tegemoetkomingen nog moeilijk om alles in één keer te betalen. Voor hen kun je een afbetalingsplan opstellen. Werk hiervoor geen vast systeem uit, maar bekijk per gezin wat mogelijk is. Laat de ouders zelf een voorstel doen van wat ze denken te kunnen betalen.
  2. De BEREIKBAARHEID:

    Niet iedereen heeft een auto of fiets om de kinderen te brengen en te halen naar je vereniging. Soms is er maar één wagen in het gezin, waardoor kinderen niet steeds gebracht kunnen worden, of het kind woont een week bij mama en papa waardoor een wekelijks engagement niet evident is, of er zijn nog andere kleine kinderen in huis waardoor het brengen en halen met de fiets of openbaar vervoer niet meer eenvoudig is, … Een beperkte mobiliteit van gezinnen in armoede is vaak ook een belangrijke drempel.

    • Als je je leden kent, kan je als vereniging hier een zeer grote rol in opnemen. Breng verschillende ouders met elkaar in contact en stimuleer carpoolen.
    • Neem vanuit je vereniging de organisatie op van het vervoer naar wedstrijden of externe activiteiten, zodat kansarme kinderen op deze leuke momenten niet uit de boot vallen. Je kan hiervoor ook een ouder vragen om steeds het vervoer te organiseren en zich zo ook vrijwillig te engageren. 
    • Maak je vereniging bekend bij verschillende partners gemeente, scholen, winkels, … breng hen op de hoogte van je aanbod. Werk eventueel samen met andere sportclubs, promoot samen jullie sportaanbod. Je netwerk uitbreiden is heel belangrijk, vele handen maken licht werk!
  3. De BEGRIJPBAARHEID:

    Of alles over je vereniging begrijpbaar is, heeft niet alleen te maken of ouders al dan niet goed de Nederlandse taal beheersen. In je vereniging zijn er vaak ook heel wat ongeschreven regels. Moet je als ouder helpen in de kantine? Is er een beurtrol voor het wassen van de truitjes? Mag je naar de trainingen komen kijken? Wordt er verwacht dat ouders komen supporteren? …

    • Zorg voor een goede communicatie van in het begin. Communicatie is de basis van een laagdrempelige vereniging. Bekijk het vragenlijstje voor ouders eens op deze website en zorg dat je ouders bij de inschrijving goed informeert. Het kan je helpen om verwachtingen naar ouders toe te bespreken.
    • Leg ook uit hoe je club of vereniging werkt. Leg uit dat trainers niet fulltime met de club bezig zijn en ook nog een job uitoefenen. Vertel ook dat er nog heel wat onbetaalde vrijwilligers meewerken in je vereniging.
    • Zorg voor een toegankelijk inschrijfmoment en een onthaalbrochure. Bundel formulieren en maak tijd voor een duidelijk gesprek.
    • Een babbel is niet enkel nodig tijdens de inschrijving, maar ook doorheen het jaar. Spreek leden en ouders aan. Vraag wat ze vinden van jullie werking. Zo merken ze dat je geïnteresseerd bent en dat ze meetellen in je vereniging.
    • Heb aandacht voor kleine ontmoetingen, van aan de zijlijn tot in de kantine.

    Hoe doe je dit?

    • Ga zelf naar buiten, spreek ouders aan.
    • Verwelkom ouders die hun kinderen afzetten en ophalen.
    • Stel vragen, zoek gemeenschappelijkheden, vraag hun mening over de club.
    • IEDEREEN in de club kan dit, moedig bestuur, trainers … aan. Gezichten zijn zeer belangrijk!
  4. De BESCHIKBAARHEID:

    De beschikbaarheid van je vereniging heeft te maken met de toelatingsvereisten. Kan je enkel inschrijven voor je vereniging in september? Moet je een minimum sportniveau behaald hebben?

    • Probeer je aanbod binnen de mogelijkheden en doelstelling van de club aan te passen aan de noden van jouw sporters en leden. Kan je rekening houden met verschillende sportniveaus, leeftijdscategorieën, geslacht? Probeer hier dan op in te spelen.
    • Wil je je vereniging ook meer openstellen voor andere kinderen. Zet kennismakings-activiteiten op in samenwerking met de taalstimuleringsinitiatieven in onze gemeente. Neem contact op met Wendy Boelaers van de afdeling welzijn en lokale economie.
    • Laat kinderen voordat ze lid worden eerst eens enkele keren proberen.
    • Breng je vereniging naar buiten en werk mee aan initiatieven zoals de ‘Week van de sportclub’, organiseer een opendeurdag of werk met een vriendjesdag waarbij leden een nieuw lid mogen meebrengen om kennis te maken met je vereniging.
  5. De BRUIKBAARHEID:

    Hierbij gaat het over het feit of kinderen iets hebben aan het aanbod. Voor kansarme gezinnen vraagt het overwinnen van financiële drempels, het oplossen van mobiliteitsproblemen, … extra inspanningen. Of men zich langdurig zal engageren in je vereniging zal ervan afhangen of jullie aanbod voor hen voldoende van betekenis is geweest.

    • Hebben kinderen en hun ouders vrienden gemaakt in je vereniging? Maakt men deel uit van de groep? Er voor zorgen dat elk kind een plaats krijgt in de groep is bijzonder belangrijk voor kinderen uit gezinnen die al vaak ervaren dat ze aan de rand van de samenleving staan.
    • Merken kinderen en hun ouders dat ze hun talenten kunnen ontplooien in je vereniging?
    • Zijn ouders ervan overtuigd geraakt dat sporten gezond is, samen spelen helpt om de Nederlandse taal te leren, er in de vereniging ruimte is om energie kwijt te raken, kinderen er discipline leren, leren met elkaar om te gaan …
    • Heb ook oog voor de kinderen die afhaken. Ga in gesprek met deze ouders om te horen waarom men afhaakt … Je leert er veel uit als vereniging.
    • Betrek vaders en moeders, durf hulp vragen. Misschien helpen ze graag. Maak dat ze zich belangrijk voelen in je club, geef ze een plaats.
    • De aanwezigheid van een sleutelfiguur of een vertrouwenspersoon helpt. Een trainer, bekende ouders of iemand van de gemeenschap. Zorg voor ‘rolmodellen’.